Koullia
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Yannis Kotsiras

Volgende pagina
Nikos Kypourgos


Biografieën van de website over Griekse Muziek

Kaiti Koullia

Van Kaiti Koulliá (°1971) wordt gezegd dat haar stem even helder is als de wateren van de Egeïsche zee.

Dat hoeft niet te verwonderen, want ze is geboren en getogen op Kalymnos.

Kaiti-koullia
© Luc Pardon 2017-2021
Kaiti Koullia

Ze zingt al van toen ze heel klein was. Haar eerste "optreden" deed ze zelfs al tijdens het eerste of het tweede jaar van de lagere school. Ter gelegenheid van de nationale feestdag van 28 oktober moesten alle kinderen een gedichtje voordragen. Maar de kleine Kaiti zag dat niet zo zitten, en ze vroeg of ze in plaats daarvan een liedje mocht zingen. De lerares was eerst verrast, maar ze vroeg toch welk liedje het kind dan wel in gedachten had. Die antwoordde prompt dat ze "Pedia tis Ellados, pedia" wou zingen, een van de meest bekende liedjes waarmee Sofia Vembo indertijd haar protest tegen de Italiaanse inval uitzong. Het meisje had niet beter kunnen kiezen, want die inval kwam er nadat Ioannis Metaxas "Ochi" (Neen!) had geantwoord op het ultimatum van de Italianen, en het is precies dat "Neen" dat op de nationale feestdag van 28 oktober herdacht wordt. De lerares stemde dus toe en hees Kaiti op een stoel, zodat de andere kinderen van de klas haar beter konden zien.

Het zou nog vele jaren duren vooraleer Kaiti Koulliá opnieuw op een podium stond, maar zingen bleef ze doen, de hele dag door. Zonder muziek kon ze niet leven, zegt ze.

Kaiti Koulliá bleef nog gehecht aan muziek en aan zingen toen ze in 1989 naar Athene ging om daar voor kleuterleidster te gaan studeren. De universiteit had ook een zangkoor en een dansgroep, en Kaiti schreef zich meteen maar voor allebei in. Ze werkte dan uiteraard niet alleen mee aan de repetities, maar ook aan de optredens, en daarnaast zat ze ook vaak in allerlei clubs en tavernas waar er muziek te horen was. Daar trad ze wel niet zelf op, ze zat gewoon in het publiek, maar op die manier werd ze toch een vertrouwd gezicht, en de wereld is klein.

Toen ze afstudeerde vond ze dan ook onmiddellijk een baantje, waarbij ze bovendien haar studies en haar hobby kon combineren. Mariza Koch had haar namelijk opgemerkt en vroeg haar om mee te werken aan een muziekprogramma voor kinderen.

Van het een kwam het ander, en in 1992 zat ze dan voor de eerste keer in een opnamestudio, voor een plaat met die zelfde Mariza Koch . Ook dat ging goed, en in 1993 volgde er nog zo'n plaat. Ze zong daar dan wel maar één liedje op mee, maar toch was dat niet niks. Mariza Koch was toen immers al lang een gevestigde waarde.

Daarbij mag je niet vergeten dat Kaiti Koulliá eigenlijk geen formele muzieklessen had gevolgd. Ze had wel drie jaar lang haar pedagogische studie gecombineerd met lessen Byzantijnse muziek, maar westerse muziektheorie kende ze toen nog niet. Daar maakte ze pas in 2004 werk van, toen ze zangles ging volgen aan het Nationaal Conservatorium van Athene.

Ondertussen had Christos Tsiamoulis haar dan wel onder zijn hoede genomen, en het was hij die in 1996 zorgde voor haar eerste plaat "Avra thalassini" .

Vanaf toen rolde ze van de ene samenwerking in de andere, en inmiddels is dat een hele lijst geworden. De meest bekende namen zijn Chronis Aidonidis , Domna Samiou , Petros Gaïtanos , Savina Yannatou , Nena Venetsanou , Yorgos Dalaras , Manolis Mitsias , Dimitra Galani , Glykeria , Michalis Tzouganakis , Lavrendis Machairitsas , Gerasimos Andreatos , Pantelis Thalassinos , Alkinoos Ioannidis, Makis Seviloglou , Anastasia Moutsatsou en Eleni Tsaligopoulou . Het zal duidelijk zijn dat zowat alle genres van het uitgestrekte Griekse muzieklandschap hier vertegenwoordigd zijn.

En dat zijn dan nog alleen maar de zangers en zangeressen waarmee ze op een podium of plaat stond, maar er is ook nog een hele waslijst met componisten en tekstschrijvers waar ze werk van zong. De meesten daarvan lopen wat minder in de kijker, en bovendien is er heel wat jong volk bij, die dus nog redelijk "naamloos" zijn. Toch zullen namen als Pantelis Thalassinos , Orfeas Peridis , Ilias Katsoulis , Eleni Zioga , Yorgos Frantzolás en Michalis Koumbios wel hier en daar een belletje doen rinkelen.

Voor de volledigheid moeten we er misschien nog aan toevoegen dat ze niet alleen "gewone" optredens doet. Ze werkt ook mee aan allerlei theatervoorstellingen. Meestal is dat dan muziektheater, uiteraard, en veel van die voorstellingen zijn ook voor en/of door kinderen. Dus toch een (zingende) kleuterleidster?

Zoals gezegd verscheen haar eerste eigen album in 1996, haar zevende en meest recente in 2019. Zeven albums in bijna vijfentwintig jaar, dat is niet echt veel te noemen. Het is niet alleen de financiële crisis die daar voor iets tussen zit, maar Kaiti Koulliá is nu eenmaal erg selectief als het op haar repertoire aankomt. Er is heel veel muziek die ze graag hoort, zegt ze, maar daarom wil ze dat niet allemaal zelf zingen. Sommige liedjes vindt ze te moeilijk voor zichzelf, andere liggen haar gewoon niet. Ze wil wel wat water bij haar wijn doen als dat nodig is, zegt ze, maar het mag niet ten koste van haar eigenheid gaan. Ze wil zich goed blijven voelen bij alles wat ze doet.

Dat geldt dus ook voor de traditionele eilandmuziek. Ze zegt wel dat ze daar in haar jeugd niet echt veel aandacht aan besteedde, en dat ze er zelfs een beetje op neerkeek - zoals zoveel jongeren in die tijd. Pas later begreep ze dat dit onterecht was, vooral dank zij enkele vrienden die zich met deze muziek bezig hielden. Die deden haar inzien dat ze wel degelijk van uitzonderlijke kwaliteit is. En toen ze beter ging luisteren, toen kwamen ineens de herinneringen aan haar kinderjaren weer naar boven. Dat overkomt haar nu nog altijd als ze die liedjes zingt. Ze ziet zichzelf dan weer op het kiezelstrand zitten, onbezorgd spelend met de keitjes en met de golven, of als kind mee dansend met de groten op de dorpsfeesten.

Maar als ze zo terugkijkt, dan beseft ze nog iets anders. Het leven op de eilanden mag dan idyllisch lijken, maar het is ook zwaar. De mensen leven er van de zee, maar die zee brengt niet alleen vreugde, ze eist ook haar tol. De familie van de vissers, matrozen en (op Kalymnos) sponzenduikers ziet hen telkens weer met gemengde gevoelens uitvaren. Ze weten immers nooit of ze hen weer terug zullen zien, maar als ze dan toch weer de haven binnenlopen, dan is er de vreugde, enerzijds om de behouden thuiskomst, en anderzijds - met een beetje geluk - ook om de goede vangst, die weer een tijdje voor brood op de plank zorgt. De eilandbewoners hebben daar leren mee omgaan, zegt Kaiti Koulliá, ze beschouwen het als iets vanzelfsprekends, als iets dat gewoon een onlosmakelijk deel is van hun leven. En ondanks alles houden ze toch van de zee. Als kind heeft ze dat allemaal wel aangevoeld, maar, zegt ze, ook zij kon er mee omgaan want "het blauwe schijnsel van de zee en de verre einders waren als balsem voor mijn ziel". Die merkwaardige mengeling van vreugde en verdriet, die voor haar bijna iets magisch heeft, zit ook verscholen in de eilandmuziek. Ze hoopt immers dat ze, door die eeuwenoude liedjes ook voor anderen te zingen, die magie ook op hen kan overbrengen.

Ze heeft trouwens in Griekenland en daarbuiten een vrij uitgebreid en trouw publiek dat haar op handen draagt, en haar optredens kennen heel wat succes, zowel die met haar gewone, moderne repertoire als die met de traditionele eilandmuziek.

Discografie

Om u te helpen om al die verschillende onderdelen van haar repertoire wat beter te situeren geven we hier nog een beknopte discografie, waarin enkel haar zeven eigen platen zijn opgenomen. Van de drie of vier eerste geven we enkel een beknopte situering. Die is vooral bedoeld als "naslagwerk" en niet zozeer als (al dan niet boeiende) lectuur. Op de latere albums gaan we dan wat dieper in.

1996 : "Αύρα θαλασσινή" (Avra thalassini, Zeebries). Acht van de dertien liedjes zijn traditionele liedjes van de eilanden en van Klein-Azië, in een bewerking van Christos Tsiamoulis (° Athene 1961). De vijf andere zijn nieuw. De muziek van drie van die vijf nieuwe liedjes is ook van Tsiamoulis , de twee andere zijn respectievelijk van Thodorís Kotoniás en Angelos Kalogerópoulos. Die twee laatsten schreven zelf ook de teksten voor hun liedjes, terwijl Tsiamoulis hiervoor beroep deed op Yorgos Zalokostas en Irini Mastoroupoúlou. Die laatste schreef twee teksten.

1999 : "Εδώ ξυπνούν τα όνειρα" (Edo ksipnoun ta onira, Hier ontwaken de dromen). Elf nieuwe liedjes, bijna allemaal met tekst en muziek van Yorgos Frantzolás (° Drama 1963). De enige uitzondering is één tekst, die Frantzolás vond in een boek over de tradities van "Kato Italia", het meest zuidelijke deel van Italië waar van oudsher Grieken wonen. Die tekst sprak hem aan en hij zette hem dus op muziek. Dat liedje, "Έλα κασπέντα" (Ela kaspenda) werd één van de hits van het album, maar ook de titelsong scoorde goed. Toch was het allemaal bijna anders gegaan. Frantzolás had wat liedjes klaar en zocht een geschikte vrouwenstem om die te vertolken. Bij "toeval" kreeg hij een cassette in handen waarop Kaiti Koulliá zong, en hij wist meteen dat dit de Stem was die hij zocht. Tussen de regels door kan je lezen dat het "toeval", dat hem die cassette in handen speelde (met de contactgegevens van de zangeres er bij), ook een naam heeft. Dimitra Galani zat er in elk geval voor iets tussen. En voor de orkestratie van de hele plaat tekent niemand minder dan Evanthia Reboutsika .

2004 : "H αγάπη λάθη συγχωρεί" (I agapi lathi synchori, De liefde vergeeft fouten). Alweer bijna allemaal nieuw geschreven nummers, op twee na. Eentje is een traditioneel liedje van Rodos, het andere is een melodietje uit Bosnië waar Ilias Katsoulis een Griekse tekst voor schreef.

De samenwerking met Yorgos Frantzolás krijgt hier een bescheiden vervolg, met tekst en muziek voor "slechts" twee nummers. Maar één daarvan, "Ωκεανός" (Oceaan), werd wel één van de "grote hits" van dit album (al dan niet omdat Frantzolás zelf zegt dat het autobiografisch is). Dit liedje staat er trouwens twee keer op: de eerste track is de gewone versie, de laatste (en dertiende) track is een remix van de groep "Mikro" en die geeft het album een eigentijds tintje.

Orfeas Peridis levert de muziek voor vijf van de andere liedjes, en ook Kaiti Koulliá laat zich hier voor de eerste keer opmerken als componiste.

Een opmerkelijk liedje is "Οϊ λουλέ" (Oy Loulé) waar Dasho Kurti de muziek voor schreef. De tekst is van Agathí Dimitrouka (°Mesolongi 1958). Zij is bij het grote publiek niet zo heel bekend, maar ze heeft wel onberispelijke geloofsbrieven als tekstschrijfster. Ze was zeventien jaar lang de levensgezellin van Nikos Gatsos , tot aan zijn dood in 1992. Ze schreef dus teksten voor Manos Hadjidakis himself, maar ook voor Maria Farantouri , Nana Mouskouri , Elli Paspalá , Nena Venetsanou en vele anderen, tot en met Lavrendis Machairitsas en Babis Stokas . Daarnaast schrijft ze ook boeken en ze maakt vertalingen, vooral uit het Spaans. De tekst van het liedje, dat ze nu voor Kaiti Koulliá schreef, is in het Grieks, maar "oy loulé" komt uit het refrein en het is Albanees voor "de appel". Twee jaar later, in 2006, zong Yorgos Dalaras het op zijn plaat "Erima choria" (Verlaten dorpen), maar daar staat het dan wel onder de titel "Το μήλο" (To mílo) , het Griekse woord voor appel.

De andere teksten komen uit de pen van Ilias Katsoulis , Maria Tsimá en Angelos Kalogeropoulos.

2007 : "Απ’ τη μέση κράτα με" (Ap'ti mesi krata me, Hou me vast bij het middel). Tien nieuwe liedjes, waarvan er vier gecomponeerd werden door Antonis Mitzelos . Hij zorgde ook voor de arrangementen, zodat dit album al eens omschreven wordt als "rock ballades" of "elektro-pop". Kaiti Koulliá zelf zegt dat ze eens wat nieuws wou uitproberen. Haar andere medeplichtigen (of mede-zangers) zijn Lavrendis Machairitsas en Gerasimos Andreatos , die allebei met haar een duet zingen. Ook de groep "Kitrina Podilata" werkte mee.

De andere componisten zijn Michalis Nikoloudis , Timótheos Georgiou, Michalis Koumbiós en diens zoon Nikólas Koumbiós . Die laatste is daarmee nog maar pas aan zijn tweede plaat toe, maar het jaar daarop zou een liedje van hem toch al de titelsong worden van een plaat van Yorgos Dalaras .

De teksten werden voor Kaiti Koulliá geschreven door Ilias Katsoulis (1), Eleni Zioga (1), Lina Dimopoulou (3), Dimitris Tsekouras (2), Nikos Stathopoulos (2) en Yorgos Polymenakos (1).

2011 : "Γαλάζιο στον ορίζοντα" (Galazio ston orízonda, Blauw aan de einder) is al haar vijfde eigen album, maar het is toch het eerste dat enkel traditionele eilandmuziek bevat. Op haar allereerste plaat, " Αύρα θαλασσινή" (Avra thalassini, Zeebries), stonden ook al wel een aantal traditionele liedjes, waaronder een paar van de eilanden, maar daarnaast stonden er minstens vijf nieuwe liedjes op. Die waren dan wel min of meer in "eiland-stijl", maar echte traditionals zijn het toch niet. En op de drie albums daar tussenin stonden bijna uitsluitend nieuwe nummers, die eerder bij de endechna en/of de laïka onder te brengen zijn.

Met "Galázio ston orízonda" maakt ze dat in één klap weer goed. De meeste liedjes op de plaat zijn traditionele liedjes van de Dodekanesos, de eilandengroep in het zuid-oosten van de Middellandse Zee. De naam betekent eigenlijk "twaalf eilanden", maar in werkelijkheid zijn het er meer dan honderd. Vijftien daarvan zijn relatief groot, en dan zijn er nog 93 die klein tot heel klein zijn. Op de plaat zijn ze niet allemaal vertegenwoordigd, enkel Leros, Kálymnos, Nisyros, Symi en Rodos zijn present. Bijna de helft van de liedjes op de plaat (7 van de 13) zijn van Kalymnos, maar dat is dan ook haar geboorte-eiland.

En ze kijkt ook verder dan haar eigen (blauwe) horizon. Er staat bijvoorbeeld een liedje uit Klein-Azië op, dat voor haar "aan de overkant van het water" ligt, en ze richt de steven nog verder noordwaarts, naar Chios, en dan gaat ze helemaal tot op Skyros.

De bewerkingen en orkestratie zijn in handen van Christos Tsiamoulis .

2015 : "Του έρωτα πηγές" (Tou erota pigés, De bronnen van de liefde). Op deze plaat sluit ze opnieuw aan bij haar "andere ik". Het bevat zeven nieuwe liedjes plus een bewerking van een Argentijns melodietje van Gabriella Torres. Die bewerking werd gemaakt door "hofleverancier" Yorgos Frantzolás , die ook twee van de nieuwe liedjes schreef. Stavros Siolas schreef er twee, Dimitris Konstantinidis en Pantelis Thalassinos elk een, en Kaiti Koulliá zelf schreef het achtste.

De teksten zijn van Pólys Kyriákou , Maria Tsimá , Katerina Kotárela, Ioannis Páttas, Yorgos Frantzolás en Dimitris Konstantinidis.

Stavros Siolas zingt zelf mee op één liedje. Onder de muzikanten vinden we Kyriakos Gouventas (viool en mandoline) en Vangelis Karípis (slagwerk).

2019 : "Μάνα, πηγή του παραδείσου" ("Mana, pigi tou paradísou", "Moeder, bron van het paradijs". De ondertitel luidt "ψαλμοί και τραγούδια για τη μάνα και την Παναγιά" (psalmen en liederen voor moeder en de Allerheiligste) en dat is meteen een goede omschrijving. Het zijn inderdaad allemaal lofbetuigingen aan moeder - met inbegrip van de Moeder Gods, die in de Byzantijnse Kerk zo'n belangrijke plaats inneemt. Toch zijn er ook wat verrassingen bij: een tekst van de belangrijke schrijver Aléxandros Papadiamantis (1851-1911) bijvoorbeeld, of een liedje met muziek van Thanasis Papakonstantinou op een traditionele tekst.

Het thema is onuitputtelijk en er zijn ontelbare teksten die de lof zingen van de moederfiguur. Kaiti Koullia maakte daaruit zelf de selectie voor het album, geholpen door Christos Tsiamoulis . Deze laatste zorgde alweer voor de bewerkingen en hij deed er meteen ook twee traditionele liedjes uit zijn eigen collectie bovenop.

Kaiti Koullia zegt dat er met dit album een oude droom in vervulling is gegaan. Ze had dat altijd al willen doen, gewoon omdat liedjes over moeder haar altijd erg hadden aangesproken, vaak zelfs ontroerd. Dat had ook te maken met haar eigen moeder, die hard heeft moeten knokken om zes kinderen groot te krijgen, vertelt ze, en sinds ze zelf een paar keer moeder is geworden beseft ze dat nog beter dan vroeger.

Als je haar vraagt naar de liturgische component van het album doet ze daar niet flauw over. Ja, zegt ze, religie is belangrijk, ook en vooral in deze materialistische tijden. Maar die hoeft niet altijd op een uiterlijke manier beleefd te worden. De innerlijke ingesteldheid is belangrijker, vindt ze. En het lijkt duidelijk dat de psalmen op het album vooral gekozen werden voor hun gevoelswaarde en voor hun esthetische waarde binnen het geheel. Dat neemt niet weg dat het toch ook in kerkelijke kringen goed onthaald werd. Een album met een universele waarde dus.

 

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Yannis Kotsiras

Volgende pagina
Nikos Kypourgos

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.