Kasouras
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Vasilis Karras

Volgende pagina
Aliki Kayaloglou


Biografieën van de website over Griekse Muziek

Vasilis Kasouras

Als de Griekse muzikant Vasilis Kasouras ( Βασίλης Κασούρας ) visitekaartjes zou hebben, dan zouden die flink groot moeten zijn. Hij speelt outi , laouto en nog een paar andere snaarinstrumenten, de ene keer als solist en de andere keer als begeleider. Daarnaast is hij ook zanger en componist. Hij maakt arrangementen voor grote concerten, maar hij speelt en zingt evengoed op traditionele dorpsfeesten. Hij dirigeert traditionele orkestjes en zangkoren, verzorgt de productie van albums met traditionele muziek, doceert aan conservatoria en muziekscholen, en nog veel meer.

En al die activiteiten zijn in feite gestut op een ander kenmerk van hem : hij doet onderzoek naar traditionele muziek - vooral naar de speeltechnieken - en daar publiceert hij boeken over die dan kunnen dienen om de volgende generaties op te leiden.

Van student tot docent

Vasilis Kasouras werd in 1963 geboren in Katouna, een provinciestadje met zowat 2000 inwoners in het westen van het Griekse vasteland, zowat halfweg tussen Preveza en Agrinio. Daar groeide hij ook op en hij ging er naar de middelbare school.

Voor zijn hogere studies verhuisde hij in 1980 naar Thessaloniki, waar hij een diploma ... werktuigbouwkunde behaalde.

Maar hij had al van jongs af aan een levendige belangstelling voor de Griekse muziek, zowel voor de traditionele dorpsmuziek (de dimotika ) als voor de populaire stadsmuziek (de laïka ). Als hij een generatie later was geboren, dan was hij allicht naar een muziekschool gegaan in plaats van naar een gewone middelbare school, maar dat kon nu niet want de eerste muziekscholen in Griekenland kwamen er pas in 1988,

Dus pakte hij het maar op de traditionele manier aan. Dat betekent: opleiding in de praktijk. Hij begon met overal te gaan luisteren. In de vele clubs en taverna 's van Thessaloniki was daar gelegenheid genoeg voor. Van het een kwam het ander. Het bleef niet bij luisteren alleen, hij keek ook aandachtig toe hoe de muzikanten te werk gingen. Achteraf ging hij een praatje maken en stelde allerlei vragen. Zij vonden dat niet erg, wel integendeel. Iedereen, die toen actief was, had het vak zelf ook op die manier geleerd, en ze merkten wel dat de jongeman iets in zich had.

Het duurde dan ook niet lang of hij zat mee op het podium, eerst nog als "leerjongen" maar later als volwaardige collega.

Ergens rond 1985 kwam dan de volgende stap. Hij wist nu al heel wat over het "hoe", maar nu wilde hij meer weten over het "waarom". Waarom was de traditionele muziek wat ze was? Het was duidelijk dat die niet in één bepaalde vorm kant en klaar uit de lucht was komen vallen, maar waar kwam ze dan wel vandaan? Welke invloeden hadden er meegespeeld in de verschillende streken? Welke elementen waren er gemeenschappelijk tussen al die verschillende vormen?

Dat kon je niet te weten komen in de praktijk. Die muziek was altijd mondeling overgeleverd geweest, en elke muzikant kende maar een klein stukje van het verhaal. Daarom begon hij onderzoek te doen naar de weinige geschreven bronnen die er waren. Als goede (aspirant) ingenieur besefte hij dat je niet alles van alles kan weten, dus spitste hij zich toe op de muziek van het noord-oostelijke deel van het Middellandse-Zeegebied.

Hij ging zich meteen ook maar toeleggen op de instrumenten die in die regio het meest gebruikt werden: outi , laouto en tambouras .

Gewapend met de informatie die hij vond in bibliotheken en archieven ging hij opnieuw aankloppen bij de vakmensen, zowel bij diegenen die de muziek in de praktijk speelden als bij diegenen die er les in gaven. En vaak waren dat dus dezelfde mensen, volgens het aloude principe van leermeester en leerjongen.

Dat leverde nieuwe inzichten op, en daarmee dook hij opnieuw in de geschreven bronnen. En dat toetste hij dan opnieuw aan de praktijk.

Op die manier maakte hij natuurlijk snel vorderingen, en hij werd nu niet alleen maar gevraagd als begeleider, maar ook als solist. Zijn reputatie verbreidde zich zienderogen, en de vragen kwamen niet alleen meer van plaatselijke artiesten, maar ook van de hele grote namen. Hij mocht met hen mee als ze overal in Griekenland gingen optreden, en uiteraard ook naar het buitenland.

Op die manier verscheen hij ook op het (radar)scherm van de Griekse televisie. Die besteedt vrij veel aandacht aan de traditionele muziek, zowel in documentaires als in meer entertainment-gerichte uitzendingen. De concurrentie tussen de verschillende kanalen speelt natuurlijk een belangrijke rol. De strijd om de kijkcijfers vereist een kwalitatief hoogstaand aanbod. Het publiek weet echt wel het kaf van het koren te scheiden, en als het programma ondermaats is, zappen ze weer weg - misschien zelfs zonder de reclame te bekijken ... Met mensen als Vasilis Kasouras op het scherm is die kans veel kleiner. Hij werd dus een vertrouwd gezicht in vele huiskamers.

Tot dusver onderscheidt zijn verhaal zich niet wezenlijk van dat van de vele honderden - of misschien zelfs duizenden - andere goede Griekse muzikanten die zich op dit genre toeleggen.

Er is één element dat wél een verschil maakt, en dat is zijn onderzoek naar de bronnen. Ook daarin is hij weliswaar niet de enige, verre van, maar die groep is toch al wel wat kleiner.

Dank zij die stevige onderbouw mocht hij zelf her en der les gaan geven, ook op hoog niveau. Van 2000 tot 2005 doceerde hij bijvoorbeeld aan de afdeling traditionele en populaire muziek van de prestigieuze TEI (technische hogeschool) van Epirus in Arta, en van 2007 tot op heden (stand januari 2023) aan het al even gerenommeerde Filippos Nakas conservatorium in Athene.

De periode tussen die twee onderwijsopdrachten in benutte hij om zijn kennis nog verder te verdiepen: hij ging theorie en praktijk van de Byzantijnse muziek studeren aan het conservatorium van Thessaloniki. Op zich niet onlogisch, want die muziek heeft een enorme invloed gehad op de populaire volksmuziek. Maar toen hij in 2006 zijn diploma uitgereikt kreeg, stond daar "άριστα" op vermeld, "uitmuntend" dus.

Publicaties

Er is nog een ander belangrijk element dat belangrijk is om Vasilis Kasouras naar waarde te schatten, en dat zijn de publicaties die hij op zijn naam heeft staan: vier boeken en verschillende platen, allemaal rond het thema van de traditionele muziek van "zijn" werkterrein.

Opnieuw is dat niet echt uitzonderlijk, want er verschijnen echt wel meer van die dingen, maar de manier waarop hij het aanpakt is toch wel bijzonder. Het lijkt er op dat hij zich afvraagt wat hij zelf indertijd had kunnen gebruiken om zijn dorst naar kennis te lessen, en dat hij er dan voor zorgt dat de volgende generatie dat materiaal ter beschikking heeft.

Zijn vier boeken bijvoorbeeld zijn netjes in twee groepen op te delen.

In de ene groep zitten twee boeken waarin hij telkens meer dan veertig traditionele liedjes beschrijft. En "beschrijven" is in feite zwak uitgedrukt: hij ontleedt ze, en dat tot op het bot. Uiteraard geeft hij de teksten van de liedjes, maar hij heeft er ook een partituur aan toegevoegd. Dat is niet zo eenvoudig als het (misschien) lijkt, want de traditionele klanken zitten vol met leenvormen uit de oosterse en de Byzantijnse muziek, en die zijn moeilijk in westerse notatie te vatten. Van elk liedje is er dan ook nog een uitleg over de historische en volkskundige context ervan, en het geheel wordt afgerond met een heuse woordenlijst. Dat is wel nodig, want die liedjes zijn indertijd geschreven door en voor gewone mensen en ze bezingen het dagelijkse leven van toen. Maar dat leven is sindsdien ingrijpend veranderd, en ze zitten dus vol met woorden die in onbruik geraakt zijn, samen met de voorwerpen of situaties die ze aanduiden. Tenslotte zit er - uiteraard - ook een cd bij het boek, maar daar staan alleen maar fragmenten van elk liedje op, net voldoende om te weten hoe het klinkt en om het zelf te kunnen uitvoeren - want dat is tenslotte de bedoeling van die boeken.

Zijn keuze van het materiaal is ook al interessant. Voor het ene boek, "Σ’όλους τους τόπους πήγα" ("S'olous tous topous piga" , te vertalen als "Ik ben overal geweest") selecteerde hij 44 onuitgegeven liedjes uit de verzameling van Yorgis Melikis (een gerenommeerd onderzoeker en alom gerespecteerd vanwege zijn vele veldwerk), en dat vulde hij aan met acht liedjes die hij zelf ontdekt heeft. De meeste liedjes waren tot dan toe nog onbekend, maar het zijn wel allemaal pareltjes - zegt hij - en met elkaar geven ze een goed overzicht van de muzikale rijkdom van Noord-Griekenland.

In het andere boek, "Μη μου το μηνάς με λόγια" ("Mi mou to minas me loya" , te vertalen als "Laat het me niet weten met woorden") verzamelde hij veertig traditionele zeïbekika uit Klein-Azië. Die ontstonden daar zowel in de steden als op het platteland, maar allemaal kwamen ze later naar Griekenland, samen met de vluchtelingen van de bevolkinguitwisseling van 1922. Die liedjes zijn belangrijk omdat ze mee aan de basis liggen van de rembetika en de latere laïka , en ze geven dus een goed inzicht in de ontstaansgeschiedenis van die twee belangrijke stijlen.

De twee andere boeken van Vasilis Kasouras zijn regelrechte leerboeken . Het ene gaat over de outi en het andere over de tambouras . Elk boek legt je stap voor stap uit hoe je zo'n instrument moet bespelen. Hij begint echt helemaal bij het begin: hoe moet je zo'n ding vasthouden, waar moet je je vingers zetten enzovoorts. Dan geeft hij representatieve voorbeelden van het karakteristieke repertoire, en die worden natuurlijk steeds moeilijker. Op het eind van de rit zou je behoorlijk met het instrument overweg moeten kunnen. Omdat alles zo goed uitgewerkt is, kunnen die boeken ook gezien worden als een "leermethode", dus niet alleen voor zelfstudie maar ook voor meer formeel onderwijs. Dat kan handig zijn voor ervaren muzikanten die hun kennis willen overdragen, want het is niet omdat je virtuoos bent dat je het even goed kan uitleggen als een Vasilis Kasouras .

Dat didactische element is ook terug te vinden in de cd's die hij uitgaf. Er zijn heel wat onderzoekers die hun ontdekkingen op cd publiceren. Meestal zijn dat dan de liedjes die ze tijdens hun veldwerk boven water haalden, en die nu dreigen verloren te gaan voor het nageslacht. Dat zijn uiteraard waardevolle documenten, maar Vasilis Kasouras gaat nog een stap verder.

Met de muzikale inzichten, die hij tijdens zijn onderzoek verwierf, gaat hij zelf aan de slag. Hij componeert dus zijn eigen liedjes, maar toch is het niet gewoon "in de stijl van". Zijn composities zijn specifiek bedoeld om zijn inzichten ook voor anderen meer toegankelijk te maken, zodat ze niet zelf al die bestaande liedjes moeten gaan analyseren.

Een goed voorbeeld is de cd "Χρωματικά" (Chromatika), die in 2022 verscheen. De letterlijke vertaling van de titel is natuurlijk zoiets als "gekleurd, kleurig", en er is ook nog de chromatische toonschaal. Maar in dit geval zou de term ontleend zijn aan de Byzantijnse kerkmuziek. Daar wordt hij gebruikt om een bepaalde stijlfiguur aan te duiden (in essentie een interval van drie halve tonen) die aan de melodie een fragiel, sierlijk en charmant karakter verleent. Dat element combineert Vasilis Kasouras met allerlei populaire ritmes uit de traditionele muziek, om te komen tot acht nieuwe liedjes, op teksten van hemzelf en van Evi Tsitiridou-Christoforidou .

Het resultaat is een album dat "gewone stervelingen" (dus mensen die van noten geen kaas hebben gegeten) kunnen beluisteren zoals eender welke andere (goede) cd, terwijl muzikanten daar bovenop een goed overzicht krijgen van wat je met die ene muzikale bouwsteen zo allemaal kunt doen. En het helpt hen natuurlijk ook om dat allemaal "in de vingers te krijgen".

Enkele projecten en samenwerkingen

Een ander interessant aspect van dit album zijn de muzikanten die er aan meewerken. Vasilis Kasouras zingt natuurlijk zelf en hij speelt outi , laouto en tambouras . Maar de anderen zijn ook niet bepaald van de minsten: Kyriakos Gouventas (viool en mandoline), Vangelis Paschalidis ( santouri en piano), Derya Türkan (politiki lyra), Dimos Vougioukas (accordeon) en nog enkele anderen.

Dat is niet hun enige samenwerking. In de zomer van hetzelfde jaar 2022 waren er allerlei concerten naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de "Megali Katastrofi". Ook Pantelis Thalassinos liet zich natuurlijk niet onbetuigd. Voor één van zijn optredens, onder de titel "Ta Smyrneïka Tragoudia" (een liedje van hemzelf), had hij Thessaloniki uitgekozen en hij had enkele bevriende collega's uitgenodigd, zoals Marió en Elsa Mouratidou. De muzikale vormgeving was toevertrouwd aan ... Vasilis Kasouras . Die deed ook mee als zanger en muzikant ( outi en laouto ), samen met o.a. Kyriakos Gouventas op viool en Vangelis Paschalidis op santouri en piano.

Dat is allemaal geen toeval. Dit illustere drietal vormt immers de "harde kern" van het ensemble "Μανεριτζήδες" (Maneritzides) . Dat woord staat niet in de woordenboeken, maar het zou - via een omweg vanuit het Oud-Grieks en vandaar naar het Turks - zoiets betekenen als "zangers van amanedes ". Hoe dan ook, het drietal richtte het ensemble al geruime tijd geleden op in Thessaloniki, precies met de bedoeling om zo authentiek mogelijke uitvoeringen van traditionele liedjes te brengen. Op die manier willen ze enerzijds een eerbetoon brengen aan de oude meesters in het vak, en ze willen tegelijk de jongere generatie aansporen om de traditie in leven te houden.

Is het dan verwonderlijk dat Vasilis Kasouras mee aan de wieg van dit ensemble stond ?

 

Inhoudsopgave

Vorige pagina
Vasilis Karras

Volgende pagina
Aliki Kayaloglou

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.