Cyprus eerste onlusten
Home Nieuws Agenda MaandOverzicht Praktisch Achtergrond
Links Biografie Geschiedenis Instrumenten
Albanie Griekenland Cyprus

Geschiedenis van Cyprus

De eerste onlusten

De 70/30 verhouding gaf de Turks-Cyprioten eigenlijk meer dan hen toekwam. Volgens een telling van 1960 waren er toen, op een totaal van 577.615 inwoners, 442.521 Grieks-Cyprioten, 104.350 Turks-Cyprioten, 20.955 Britten, 3.628 Armeniërs, 2.708 Maronieten en 3453 "anderen". De Turks-Cyprioten vormden met andere woorden slechts 18% van de bevolking en waren dus oververtegenwoordigd. En dan waren er nog de talrijke blokkeringsmechanismen.

Achteraf bezien is het duidelijk dat dit complexe geheel van regels niet zou werken. Alle partijen beschuldigen elkaar ervan dat ze dit vooraf wisten en gewoon afwachtten, of dat ze nooit van plan waren geweest ze te laten werken.

Hoe dan ook, op 30 november 1963 stelde President Makarios een reeks van 13 amendementen op de grondwet voor. Hij wilde onder meer het vetorecht afschaffen en de aparte stemmingen per gemeenschap laten vervallen. Elk van zijn amendementen was gebaseerd op "waar gebeurde verhalen". Zo had een veto van de vice-president bijvoorbeeld verhinderd dat de samenstelling van het leger vastgelegd werd: de meerderheid was voor gemengde regimenten, de vice-president wilde gescheiden regimenten. Zo waren er nog talrijke gevallen waarbij het onmogelijk was geweest behoorlijk werk te leveren, aldus Makarios.

Op 7 december verklaarde Turkije dat Ankara de voorstellen verwierp. Toen de Turkse ambassadeur dat op 16 december schriftelijk aan Makarios wou melden, weigerde deze laatste de boodschap aan te nemen. De voorstellen waren aan de Turks-Cypriotische vice-president gericht geweest, en niet aan de een of andere buitenlandse mogendheid. De vice-president zelf had niet officieel gereageerd.

Enkele dagen later, op 21 december, braken er onlusten uit en een discussie - als die al mogelijk zou geweest zijn - werd snel onmogelijk. De Turken zeiden dat al de gevallen die Makarios aanhaalde, gewoon pogingen waren geweest van de Grieken om de Turken te discrimineren, en dat zij niet meer hadden gedaan dan hun belangen verdedigd. Trouwens, luidde het Turkse standpunt (toen en nu nog steeds), er is geen sprake van meerderheid/minderheid, maar wel degelijk van twee aparte en gelijkwaardige gemeenschappen.

De Turks-Cyprioten begonnen nu de gemeenschappen fysiek te concentreren, want, zegden ze, het was nu definitief bewezen dat samenwonen onmogelijk was. Tot dan toe hadden leden van beide gemeenschappen her en der door elkaar gewoond, verspreid over het hele eiland. Wel waren er plaatselijke concentraties. Zo waren bij de telling van 1960, op een totaal van 619 dorpen, er 393 geteld die overwegend Grieks-Cypriotisch waren en 120 Turks-Cypiotisch. De overige 106 waren als "gemengd" genoteerd. Maar die dorpen lagen meestal niet bij elkaar, of anders gezegd, de drie soorten dorpen lagen kriskras door elkaar heen. In de gemengde dorpen en in de grotere steden, zoals Nicosia, Famagusta, Limassol en Lamaca, die eveneens gemengd waren, bewoonden de twee gemeenschappen meestal aparte wijken. Er waren weinig gemengde huwelijken, wat niet onlogisch is gezien het diep-religueuze karakter van de plattelandsbevolking en de niet-compatibele godsdiensten. Maar verder waren er aanwijzingen dat de beide gemeenschappen goed met elkaar samenwerkten, vooral op gebied van tewerkstelling en handel, maar ook tot op zekere hoogte op sociaal vlak.

De Turks-Cyprioten begonnen echter met al dan niet gedwongen verhuizingen. Er kwam een verbod op handel met Grieks-Cyprioten, en zelfs bezoeken aan Griekse dorpen waren verboden. Er werden wegversperringen opgericht en de Grieken deden hetzelfde, zodat er overal barrières ontstonden tussen de gemeenschappen. Overal liepen gewapende mannen, met of zonder uniformen, rond. De Turken beschouwden zich belegerd door de Grieken, en de Grieken beschouwden de Turken als rebellen.

De Grieken zeggen dat de Turks-Cypriotische vice-president en de drie ministers zich nu vrijwillig terugtrokken uit het bestuur. De Turken zeggen dat ze met geweld verhinderd werden om aan de vergaderingen deel te nemen. Een rapport van een waarnemer van de Verenigde Naties, Galo Plaza, stelt (par. 50) dat de blokkades, die ook in Nicosia opgericht werden, het normale leven verstoorden en onder meer de deelname van de Turks-Cyprioten aan de regering onmogelijk maakte, "ook al zouden politieke motieven dat niet gedaan hebben".

Op het vasteland namen legereenheden stellingen in aan beide zijden van de Grieks-Turkse grens in Thracië.

De situatie was zorgwekkend, en de Verenigde Naties grepen in. In maart 1964 kwamen de eerste soldaten van de "United Nations Peace-keeping Force in Cyprus" (UNFICYP) op het eiland aan. Ze losten de Britten af, die daar sinds de onlusten van 1963 stellingen betrokken hadden tusen beide partijen in, volgens een "green line" die één van hun officieren met een groen potlood op de kaart had getrokken. Enkele maanden later, in mei, waren de blauwhelmen met 6.500. Ze zouden er drie maanden blijven. Nu, bijna dertig jaar later, zitten ze er nog altijd.

Naast blauwhelmen stuurden de VN ook een gezant, de al eerder genoemde Galo Plaza, die op 26 maart 1965 een gedetailleerd rapport van 66 bladzijden afleverde, waarin hij de oorzaken en de evolutie van het conflict ontleedt en dan zijn voorstellen uit de doeken doet. Aan dat rapport is veel van het bovenstaande ontleend.

In augustus 1964 overvlogen Turkse straaljagers het eiland, en dat zorgde nog even voor een opflakkering van de onlusten, maar daarna trad een relatieve rust in. Beide partijen bleven elkaar beloeren van achter hun blokkades (die slechts gedeeltelijk opgeheven werden) en de blauwhelmen bleven ter plaatse om ze uit elkaar te houden. Griekenland en Turkije deden van hun kant - onder internationale druk - inspanningen om "hun" gemeenschap op Cyprus tot terughoudendheid aan te manen.

Maar een oplossing kwam er niet. De propaganda-machines aan beide kanten draaien op volle toeren.


Meer informatie vindt u op de volgende website(s):

De tekst van het Galo Plaza rapport (1965)
http://kypros.org/PIO/docs/un/plaza/plazareport.htm

 

Inhoudsopgave

Vorige pagina
De onafhankelijkheid

Volgende pagina
Het Akritas-plan

Valid XHTML 1.0 Strict!

[Home]  [Nieuws]  [Agenda]  [Overzicht]  [Praktisch]  [Achtergrond]

Please contact our Webmaster with questions or comments.